
Het overdragen van de Rotterdamse arbeidsethos naar de basis van een zo complex maatschappelijk probleem als dakloosheid, vereist het loslaten van traditionele, puur verzorgende patronen. De Rotterdamse mentaliteit houdt niet van passiviteit – zowel niet van de kant van instanties als van de mens zelf.
Als we een oplossing voor het dakloosheidsprobleem zouden moeten ontwerpen die voor 100% is gebaseerd op de pijlers „Niet lullen maar poetsen” und „Aanpakken”, dan zou de sleutel liggen in het vervangen van passieve hulp door een onmiddellijk, actief partnerschap.
Dit is hoe het Rotterdamse model voor het uitstromen uit dakloosheid eruit zou zien:
1. In plaats van „vis geven” – onmiddellijk partnerschap en actie
In het traditionele systeem doorloopt een persoon in een dakloosheidscrisis vaak lange processen van screening, therapie en wachten in wachtrijen voordat hij of zij een kans krijgt op stabilisatie. De Rotterdamse aanpak draait dit proces om:
- Het „Housing First”-principe in de praktijk: Eerst geven we een dak boven het hoofd, zonder voorafgaande voorwaarden te stellen (want zonder een veilige basis kun je niet werken), maar vanaf dag één sluiten we een partnerschapsovereenkomst.
- Actief partnerschap: „Wij geven jou een stabiel fundament en de middelen, jij geeft vanuit jezelf de wil om in actie te komen”. Iedereen wordt, naar het vermogen van zijn of haar mogelijkheden, betrokken bij activiteiten ten behoeve van de lokale gemeenschap of de wijk.
2. Micro-werkgelegenheid en het herstel van daadkracht (Aanpakken)
Voor veel mensen vormen procedures en een gebrek aan zelfvertrouwen een barrière om terug te keren naar werk. De oplossing is een systeem van onmiddellijk micro-werk:
- Stads- en buurtbanen: Simpele, dagelijkse taken (groenvoorziening, kleine reparaties, hulp bij lokale initiatieven) georganiseerd op wijkniveau.
- Daggeld zonder bureaucratie: Uitbetaling voor daadwerkelijk geleverd werk aan het einde van elke dag. Dit leert opnieuw daadkracht en laat een simpel verband zien: „Ik heb mijn mouwen opgestroopt (aanpakken) -> ik zie resultaat -> ik heb hierdoor middelen van bestaan”.
3. Integratie door wijksynergie
Dakloosheid is niet alleen het gebrek aan een dak boven het hoofd, maar vooral het hebben van verbroken sociale banden. In plaats van mensen te isoleren in grote, onpersoonlijke opvangcentra, zet het Rotterdamse ethos in op actieve inclusie in het stedelijk weefsel:
- Het transformeren van opvangcentra in buurtactiviteitencentra, waar wijkbewoners en mensen die uitstromen uit dakloosheid schouder aan schouder werken aan gezamenlijke projecten.
- Het creëren van kleine, verspreide woongemeenschappen binnen normale woonwijken, wat gettovorming voorkomt en natuurlijke integratie vergemakkelijkt.
4. Directheid: rauw maar ondersteunend
In dit model is geen ruimte voor valse beschonkenheid (medelijden), die vaak verlammend werkt. De relatie met de persoon in crisis is gebaseerd op respectvol maar ook compromisloos realisme:
- Duidelijke spelregels: Coördinatoren en mentoren zeggen direct waar het op staat. Ze winden geen doekjes om moeilijke onderwerpen (verslavingen, schulden), maar in plaats van te oordelen, stellen ze samen met de cliënt stap voor stap een concreet plan op om uit de crisis te komen.
- Verantwoordelijkheid: Het behandelen van de dakloze persoon als een volwaardige, verantwoordelijke partner en niet als een hulpeloos slachtoffer van het systeem.